in ,

3 drankspelletjes om te spelen met je kotgenoten

@Pexels - Madison Inouye

Kotplanet geeft jou graag tips om jouw avond nog leuker te maken, dus hier zijn drie drankspelletjes om te spelen met je kotgenoten! Ook al moet het met mate worden geconsumeerd, wij wensen jullie  geweldige avonden met Dutch, Flush en een verbeterde versie van Uno!

1/ Dutch

Dit spelletje staat ook bekend als  Tamalou, Cactus of Marmot (elk kaartspel heeft minstens drie verschillende namen). ‘Dutch’ traint je geheugen. Hoe later op de avond, hoe moeilijker dit spel dus wordt. Je hebt een kaartspel van 54 kaarten nodig, een scoreblad en ,natuurlijk, een vol glas. Het doel is simpel: zo min mogelijk punten verzamelen. 

Iedereen krijgt vier kaarten met de beeldzijde naar beneden. Je legt ze voor je uit, de een naast de ander, zonder ernaar te kijken. De rest van de kaarten leg je op een stapel. Als het spel start, mag elke speler twee kaarten van zichzelf bekijken en moet ze onthouden. Dan trekt elke speler om de beurt een kaart en moet er een keuze gemaakt worden: 

  • Speel de kaart 
  • Verwissel een kaart van je stapel met de getrokken kaart als die kaart beter past
  • Als een andere kaart in je stapel dezelfde waarde heeft als de getrokken kaart, mogen beide kaarten worden afgelegd. 

Als een speler bijvoorbeeld een zes gooit en een andere speler ook een zes in zijn kaarten heeft, dan kunnen ze die tegelijk spelen of nog even wachten. Ze mogen de kaart afleggen zolang die kaart de eerste op de aflegstapel is. Hoe loopt het af? Als een speler denkt dat hij de minste punten heeft, roept hij ‘Dutch!’ en is de volgende ronde, de laatste. Elke speler draait dan zijn of haar stapel om en de winnaar is degene met de laagste score. ‘Maar, wanneer moeten we dan drinken?’ Sommige kaarten zijn speciaal!

  • De boer: Hiermee kan je een kaart ruilen met een andere speler, zonder te kijken. 
  • De dame: de speler mag naar een van de kaarten op zijn stapel kijken! Ook moet iedereen nu 3 slokken drinken. 
  • De rode koning: nul punten waard, maar iedereen mag 5 slokken drinken. 
  • De zwarte koning: dit is de hoogste kaart van het spel.
  • De 7 : een slok voor iedereen.

Als iemand vals speelt en dus naar zijn kaarten kijkt als dat niet mag, krijgt hij of zij een straf: hij moet twee slokken nemen en moet nog een kaart trekken. Ook als een speler zich vergist en denkt dat hij dezelfde kaart heeft als de kaart die is afgelegd, terwijl dat niet zo is, neemt hij twee slokken en trekt er nog een.

2/ Flush

Of beter bekend als ‘Stronten’, maar laten we het beleefd houden en het ‘Flush’ noemen. Wie speelde dit spel als kind en lachte toen heel hard omdat je een scheldwoord mocht zeggen? Nu, de regels zijn bijna hetzelfde, maar nu voegen we alleen wat alcohol toe. Als je met 3 spelers speelt, neem dan alleen de Heren, Dames en Boeren van de stapel. Met vier spelers voeg je de 2’en, met vijf spelers, de 3’en, enzovoort… Elke speler moet 4 kaarten in zijn hand hebben. De rest van de stapel wordt in het midden van de tafel gelegd, de zogenaamde strontstapel. 

Een snelle opfrissing van de spelregels: elke speler geeft een zelfgekozen kaart aan zijn linkerbuur. Als een speler 4 identieke kaarten heeft, tikt hij op de strontstapel. Hier moet je snel zijn! De andere spelers moeten dan ook zo snel mogelijk tikken en de laatste die tikt krijgt een kaart van de stapel. Ringen zijn niet toegestaan tijdens dit spel, anders eindig je gegarandeerd met bloederige handen! De andere spelers, die geen 4 identieke kaarten hadden, gaan door met het spel totdat iedereen een kwartet heeft. De enige manier om van de kilo’s stront van de middelste stapel af te komen, is door een 7 te trekken, de ‘Flush’. 

Nu komen we bij het serieuze werk: de slokken! Het is heel eenvoudig: elke keer dat een speler een kaart trekt van de strontstapel, geeft de waarde van de kaart het aantal slokken aan dat hij moet drinken. Bijvoorbeeld: aas is 1 slok, een 2 is 2 slokken… tot er een ‘Flush’ is. 

Zo kan het ook: als een speler een 7 trekt, mag hij zijn slokken onder de anderen verdelen. Als de speler met de minste kilo’s stront aan het eind wint, kan hij zijn slokjes aan de verliezers geven.

3/ Uno

Als Uno het enige kaartspel is dat je hebt, dan is dat geen probleem. De regels kunnen worden aangepast om van dit kinderspel, een drankspel te maken. Allereerst: spreek de basisregels van Uno af, want iedereen speelt dat anders. 

Wanneer moet je drinken? 

Als het shotjes zijn:

  • Als je een +2 krijgt, krijg je 1 shot. Dit geldt ook voor de ‘verander van richting’ kaarten. 
  • Als je een +4 krijgt, krijg je 2 shotjes.
  • Als je vergeet om ‘Uno’ te zeggen, moet je 3 shotjes nemen.

Als het slokken zijn :

  • Wanneer je een +2 trekt, 4 slokken.
  • Wanneer je een +4 trekt, 4 slokken
  • De ‘verander van richting’ kaart : iedereen drinkt, behalve de persoon die de kaart trok. 
  • De ‘verander van kleur’ kaart : De speler die de kaart heeft neergelegd, wijst een speler aan die een slokje mag nemen.
  • Wanneer je ‘Uno’ zegt (en je hebt nog maar één kaart over omdat je het hele spel Uno schreeuwt om slokjes uit te delen), mag je 4 slokken uitdelen aan iemand die jij kiest.
  • Wanneer iemand vergat ‘Uno’ te zeggen, moet hij of zij twee slokken nemen. 

Veel plezier, maar vergeet niet dat alcohol altijd met mate moet. Ik hoop dat je tussen al deze spellen iets ziet dat je leuk zal vinden. 

Vind ons op Instagram!

Written by Elise Jeannelle

What do you think?

Zes excuses om niet alle zomerfeestjes mee te pakken

Salade de tomates à l'orientale